Perfecte argumentatie bestaat niet

Inleiding

Argumentatie is voor iedereen een dagelijks onderdeel van het leven. Van jongs af aan leggen we aan onze omgeving uit waarom we iets doen. We horen ook voortdurend van andere personen hun argumenten. Bijvoorbeeld van moeder"Je moet je bord leeg eten, anders wordt je niet sterk." In het naar voren brengen van een standpunt en het overtuigen van luisteraars speelt taal natuurlijk een essentiële rol.

De grote rol van argumentatie voert ons als vanzelf naar de vraag of we een perfecte argumentatie kunnen ontwerpen die de toehoorders altijd overtuigt?

Problemen

Aristoteles Ondanks eeuwen lange naspeuringen en onderzoekingen is het niet mogelijk om een geldige aanpak te bedenken die altijd leidt tot het overtuigen van de toehoorders. We kunnen hiervoor aantal oorzaken aangeven:

  1. De situatie

    In elke situatie hebben personen andere mythes, conventies, regels, gebaren en opvattingen. Woorden en symbolen hebben een andere betekenis. In Japan is bijvoorbeeld wit de kleur van rouw. In Europa is zwart de rouwkleur. De mentaliteit is anders. Elk persoon velt waardeoordelen anders. Elke omgeving kent zijn eigen betekenissen. De gewone, alledaagse gesprekken waarin de etiquette geldt van vriendelijkheid of hoffelijkheid, verschillen hemelsbreed van een technische discussie over bijvoorbeeld de ophanging van een motor in een Formule 1-raceauto. Deze verschillen leiden per situatie tot een andere argumentatie. Aangezien het aantal situaties onbeperkt is, is het aantal argumentaties oneindig.

  2. De taal

    Elke taal kent woorden die meer dan één betekenis hebben. Het woord 'blijven' kunnen we bijvoorbeeld uitleggen als voortbestaan, toestand behouden, doorgaan, niet verder gaan en sneuvelen. Deelnemers aan een gesprek kunnen door het gebruik van dezelfde woorden denken het eens te zijn. Door de verschillende betekenissen kunnen ze echter mijlen ver van elkaar staan. Of erger, deze dubbelzinnigheid maakt het mogelijk om woordspelletjes te spelen. Eerst de ene betekenis toepassen en even later omschakelen naar een andere. "Ik ga naar even naar de bank." Als de partner thuiskomt, ligt hij lang uit op de bank, zonder geld.

  3. Het doel

    Hiernaast bepaalt het doel de betekenis van een woord. Bijvoorbeeld Jan en Piet komen tegelijk aan. In een schoollokaal waar ze beide naar het bord lopen, is een verschil van een halve seconde van geen betekenis en dus waar. In een sportwedstrijd is deze halve seconde van doorslaggevend belang en dus nietwaar. Dit probleem ontstaat doordat de uitspraak "Jan en Piet komen tegelijk aan." onbepaald is. Een bepaalde vorm kan zijn: " In een wedstrijd wie het snelst kan lopen, komen Jan en Piet niet tegelijk aan."

  4. De logica

    Of iets waar of onwaar is, kunt u in eenvoudige redeneringen gemakkelijk vaststellen. Uitdrukkingen met 'als...dan', 'en', 'of', 'niet' zijn goed te volgen. Bijvoorbeeld "De koelkast is leeg . De vis ligt in de koelkast. Als de koelkast leeg is, dan eten we geen vis." Met uitdrukkingen 'dus', 'omdat', 'want' en 'maar' is de juistheid van een redenering al moeilijker te volgen. Nog lastiger zijn de uitdrukkingen zoals:
    a. Tien personen zijn aanwezig. Het feest is dus een succes.
    b. Bijna tien personen zijn aanwezig. Het feest is dus een succes.
    c. Nauwelijks tien personen zijn aanwezig. Het feest is dus een mislukking.
    Welke redenering is juist?
    Woorden als 'bijna' en 'nauwelijks' beargumenteren de conclusie. Deze woorden geven een kwalificatie aan de pure informatie van tien personen. Deze kwalificatie komt voor in vele uitspraken. "Dit restaurant is duur; daar moet je heen gaan." Deze uitspraak veronderstelt dat "goedkoop is duurkoop." Is de uitspraak daarmee geldig?

    Logica lijkt op het eerste gezicht een opstap naar heldere redeneringen. In werkelijkheid biedt logica alleen voor specifieke situaties een houvast.

  5. De personen

    De verschillende personen die kunnen spreken, maken een correcte opzet van de argumentatie nog lastiger.
    We kunnen drie personen onderscheiden:
    a. De spreker of schrijver. De schrijver van bijvoorbeeld de roman
    b. De verteller. Het personage van de roman
    c. De opiniegever. Het perspectief waaruit de roman wordt verteld.

    Deze verschillende stemmen maken een juiste argumentatie bijzonder moeilijk.

Doel

Ondanks deze problemen heeft Aristoteles onder andere helder omschreven welke doelstellingen een argumentatie kan dienen:

  1. Redeneringen die gericht zijn op het bereiken van absolute zekere en betrouwbare kennis;
    de conclusie volgt onweerlegbaar uit de stellingen
  2. Redeneringen die dienen om tot algemeen aanvaardbare standpunten te komen;
    de conclusie wordt algemeen aanvaard omdat de stellingen door een groep wijzen is aanvaard
  3. Redeneringen die voornamelijk bedoeld zijn om een publiek te overtuigen van de juistheid van een standpunt;
    de conclusie en de voorafgaande stellingen overtuigen het publiek
Argumenten 1. Demonstratief   2. Dialectisch 3. Retorisch
Doel Zekerheid Aanvaardbaarheid   Overtuigingskracht
Status van stellingen Duidelijk waar Aanvaardbaar Overtuigend voor het publiek
Gevolgtrekking Geldig Geldig Overtuigend voor het publiek
Naam theorie Logica Dialectica Retorica

Aristoteles komt hiermee ook tot de conclusie dat een altijd geldige argumentatie niet bestaat. Afhankelijk van het doel en het publiek is een argumentatie correct.

Aristoteles introduceerde verder de drogreden. Een drogreden lijkt op een geldige argumentatie, maar is dat in werkelijkheid niet.
Voorbeelden:
- Dat is mijn fiets, dus dat is mijn fiets.
- Jomanda is een autoriteit op het gebied van occulte zaken: alles wat ze daarover zegt is waar.
- Als we beginnen met het legaliseren van euthanasie, eindigen we met gaskamers a la nazi-Duitsland.
- Alle onderdelen van de machine zijn licht, dus de machine is licht.

De drogredenen kennen dezelfde problemen als een gewone redenering. Bijvoorbeeld de uitspraak "Deze man in onbetrouwbaar. Zijn uitspraak is dus niet waar" De onbetrouwbaarheid is in een gewoon gesprek niet van belang voor de redenatie en dus een drogreden. In een betoog voor de rechtbank kan het juist van veel waarde zijn.

De zoektocht naar een juiste wijze van redeneren loopt hiermee helaas dood. We kunnen slechts uitwijken naar een aantal gedragsregels, die we voor een helder en oprecht gesprek moeten toepassen.

Regels

1. De partijen mogen elkaar niet beletten standpunten naar voren te brengen of in twijfel te trekken.

Overtredingen:
a. Standpunten taboe of heilig verklaren
b. - Opponent dreigen met sancties of inspelen op medelijden
- Opponent persoonlijk aanvallen (stom, slecht, onbetrouwbaar, etc.)

2. Een partij die een standpunt naar voren brengt, is verplicht dit standpunt te verdedigen als de andere partijen daarom vraagt.

Overtredingen:
a. De bewijslast ontduiken
- standpunt als vanzelfsprekend voorstellen
- zich persoonlijk garant stellen voor de juistheid van het standpunt
- standpunt onvatbaar maken voor kritiek
b. De bewijslast verschuiven: andere partij moet standpunt verdedigen

3. Een aanval op een standpunt moet betrekking hebben op het standpunt dat door de andere partij naar voren is gebracht.

Overtredingen:
a. Een verzonnen standpunt toeschrijven aan opponent
- het omgekeerde van het eigenstandpunt naar voren brengen
- verwijzen naar opvattingen van de groep waartoe iemand behoort
- een denkbeeldige opponent maken
b. Standpunt van de andere partij verteken
- uitspraken uit hun verband lichten
- Over-vereenvoudiging
- overdrijving

4. Een partij mag een standpunt alleen verdedigen door argumentatie naar voren te brengen die op dit standpunt betrekking heeft.

Overtredingen:

a. Argumentatie heeft geen betrekking op het naar voren gebrachte standpunt.
- niet ter zake doen argumentatie
b. Standpunt verdedigen met niet-argumentatieve overtuigingsmiddelen
- inspelen op emoties publiek
- pronken met de eigen kwaliteiten

5. Een partij mag geen afstand nemen van een argument dat hij impliciet heeft gelaten of de andere partij ten onrechte een impliciet argument toeschrijven.

Overtredingen:

Een verzwegen, verborgen, niet-geformuleerd of onderdrukt argument
- ontkennen
- vertekenen

6. Een partij mag een argument niet ten onrechte als een aanvaard vertrekpunt voorstellen en mag ook geen afstand nemen van een aanvaard vertrekpunt

Overtredingen:

a. Iets ten onrechte als gemeenschappelijk vertrekpunt voorstellen
- argument ten onrechte als vanzelfsprekend voorstellen
- een stelling in een vooronderstelling bij een vraag stoppen
- een veronderstelling in een verzwegen argument verbergen
- argumentatie naar voren brengen die op hetzelfde neerkomt als het standpunt
b. Ontkennen dat iets deel uitmaakt van het gemeenschappelijke vertrekpunt
- een geaccepteerd vertrekpunt in twijfel trekken

7. Een partij mag een standpunt niet als afdoende verdedigd beschouwen als het niet met behulp van een geschikt argumentatieschema op correcte wijze verdedigd is.

Overtredingen:

Een ongeschikt argumentatieschema kiezen of verkeerd gebruiken
- verzwegen argument gebruiken (John betaalt niet, want hij is Amerikaan. Verzwegen argument: Amerikanen zijn zuinig)
- vergelijkingen gebruiken (Deze methode zal werken. Het werkte vorig jaar ook. Probleem hierbij is de nieuwe vergelijking met vorig jaar.)
- een oorzakelijke relatie leggen (Piet moet wel hoofdpijn hebben. Hij heeft veel buitensporig veel whisky gedronken. Leidt veel whisky onherroepelijk tot hoofdpijn?)


8. Een partij mag in zijn argumentatie alleen gebruikmaken van redeneringen die logisch geldig zijn of geldig gemaakt kunnen worden door een of meer verzwegen argumenten toe te lichten.

Overtredingen:

- Eigenschappen van delen en het geheel verwarren.

9. Een mislukte verdediging van een standpunt leidt ertoe dat de partij die het standpunt naar voren heeft gebracht het standpunt intrekt. Een afdoende verdediging van een standpunt leiden ertoe dat de andere partij zijn twijfel aan het standpunt intrekt.

Overtredingen:

- Concluderen dat het standpunt waar is, louter omdat het succesvolle wijze is verdedigd
- Uit het feit dat niet bewezen is dat iets het geval is concluderen dat het niet het geval is of uit het feit dat niet bewezen is dat iets niet het geval concluderen dat het wel het geval is.

10. Een partij mag geen formuleringen gebruiken die onvoldoende duidelijk of verwarrend dubbelzinnig zijn en de partij moet de formuleringen van de andere partij zo zorgvuldig en correct mogelijk uitleggen.

Overtredingen:

- Misbruik maken van onduidelijkheid
- Misbruik maken van dubbelzinnigheid

Vraag

Blijft de vraag of dit artikel een juiste argumentatie geeft.

Zie ook Hoe schrijf je een rapport? voor een goede structurering van een retorisch betoog.

Voor dit artikel maakten we gebruikt van Handboek Argumentatietheorie, Frans H. van Eemeren en vele anderen ISBN 90 6890 509 0
Datum laatste inhoudelijke wijziging 24 december 1999.