Grootte embryo bepaalt geslacht

Vroeger

chromosomen Vroeger dachten we dat met de bevruchting meteen vast staat of een embryo een jongen of een meisje wordt. In de samen­smeltende chromo­somen ligt vast wat het geslacht is. Vrouwen hebben twee X-chromo­somen, mannen een X en een Y. Twee X-chromosomen levert een meisje op, Een X en een Y chromosoom een jongetje. De man bepaalde dus het geslacht.

Beide kanten op

Bij vogels hebben niet de mannetjes, maar de vrouwtjes verschillende geslachtshormonen. Bij deze dieren bepaalden de vrouwen dus het geslacht.

Bij veel vissen, amfibieën en reptielen kan een jong embryo nog beide kanten op. De keuze is afhankelijk van de omgeving waarin het groeit, meestal van de temperatuur.

In de familie van de kikkers komen alle drie vormen voor. Veel diergroepen kunnen van systeem wisselen en maken het nog gekker. De Europese moerasschildpad bijvoorbeeld heeft geslachtshormonen; zijn die hetzelfde, dan is een embryo manlijk, anders vrouwelijk. Maar de temperatuur waarbij de eieren zicht ontwikkelen kan de zaak vervolgens op zijn kop zetten. Bij lage temperatuur ontwikkelen zich mannetjes, ook uit eieren die qua erfelijke aanleg vrouwelijk zijn. Is het warm, dan worden de jongen vrouwelijk, ook als ze genetisch als man geprogrammeerd waren. Zelfs kuikens van kippen kunnen van geslacht veranderen als ze bij een abnormale temperatuur worden uitgebroed.

Neutraal

Al lang was bekend dat de geslachtsorganen van gewervelde dieren in vroegste aanleg nog neutraal zijn. Maar op een bepaald moment valt de beslissing en vormt zich ofwel een zaadbal ofwel een eierstok. Dat hangt af van de grootte die op een kritisch tijdstip is bereikt.

Bij zoogdieren ontstaan zaadballen als een drempel wordt overschreden. Het Y-chromosoom werkt dat in de hand doordat het groeibevorderende genen draagt. Dus : een XY-chromosoom groeit hard en wordt daardoor mannelijk. De vogels geldt hetzelfde, maar omgekeerd: grote embryo's worden vrouwtjes. Dit geldt niet alleen voor zoogdieren, maar voor alle gewervelde dieren. Alle genen en alle omgevingsfactoren die invloed hebben op de embryonale groei doen mee aan de seksebepaling.

Groeibevorderende genenen

Bij de voorouders van de gewervelde dieren hing de groei van de embryo's geheel af van de omgeving. Door een mutaties kon ongeveer 50 miljoen jaar geleden een gen ontstaan dat de groei van het embryo bevorderde en daarmee mede bepalend werd voor het geslacht. Bij de voorouders van de zoogdieren gingen genen al vroeg een rol spelen, omdat het embryo's zich in het moederlichaam ontwikkelden. De groeibevorderende genen raakten gekoppeld op één chromosoom zodat ze samen overerfden. Dragers waren meestal mannetjes; ze paarden met vrouwtjes zodat de helft van de nakomelingen het setje groeibevorderende genen zal erven en waarschijnlijk mannelijk wordt. Langzamerhand was sprake van sekschromosomen die ook qua vorm gingen afwijken.

Ook bij vogels kregen genen als gauw een grote invloed op de groei van het embryo. Bij de voorouders van de vogels profiteerden vooral vrouwtjes van extra grootte. Bij veel vissen, amfibieën en reptielen kwamen genen later in het spel of bleef hun rol klein. Dat verklaart dat nauw verwante diergroepen verschillende wijzen van seksebepaling kunnen hebben en dat ook mengvormen bestaan.

Ook voor mensen

Erg leuk allemaal, maar geldt dit nu ook voor mensen? Mannen en vrouwen maken toch ieder de helft van de bevolking uit? Ja, dat klopt en daar is een goede reden voor. Stelt dat vrouwen schaars zijn. Veel mannen kunnen zich dan niet voortplanten. Een genetische mutatie die meer dochters op de wereld zou brengen, wordt beloont met meer kleinkinderen. Deze mutaties zou zich verspreiden totdat het verder geen voordeel meer biedt; met andere woorden totdat de beide geslachten weer in evenwicht zijn. Alle overige omstandigheden gelijk latend, geldt hetzelfde argument ook voor schaarse mannen.

Voorkeur voor dochters

Toch geeft een moeder soms de voorkeur aan een zoon of een dochter. Mhairi Gibson en Ruth Mace van het Univeristy College in London beschrijven dat ondervoede Ethiopiaanse moeders de voorkeur geven aan dochters. Goed gevoede moeders baren twee keer zo vaak een zoon als ondervoede moeders. Hiervoor zijn twee verklaringen te geven. De eerste is dat het baren van zonen moeilijker is dan dochters. Vrouwen die alleen meer zonen krijgen, leven korter dan vrouwen die alleen dochters op de wereld zetten. Een goed gevoede vrouw tolereert blijkbaar de kosten van een zoon beter dan slecht gevoerde moeders. Een tweede verklaring is dat succesvolle mannen veel nakomelingen kunnen krijgen, niet succesvolle weinig of zelf helemaal geen. Een vrouw krijgt een aantal kinderen dat veel dichter bij het gemiddelde ligt. Gezondheid en lengte zijn voor een man belangrijk factoren voor succesvolle voortplanting. Het baren van kleine, minder ontwikkelde jongetjes is dan zinloos in termen van het aantal mogelijke kleinkinderen. Beide verklaringen kunnen elkaar natuurlijk aanvullen en dan zeer effectief zijn. Dat is precies wat dr. Gibson en dr. Mace waarnamen.

Man op problematische tweede plaats

Wanneer een spermacel een eitje bevrucht met een Y chromosoom dan duurt het een maand voordat de genen in werking treden die de embryo veranderen in een man. Standaard is een embryo een vrouw. De man en niet de vrouw is het tweede geslacht. De worsteling van de man is niet een vrouw te zijn. Dit staat haaks op het traditionele geloof dat de man de drager is van het menselijk geslacht of dat een vrouw een geschapen is uit Adam's rib (de Koran zit hier goed: eerst Eva en dan Adam) of Freud's zienswijze dat vrouwen gedegenereerde mannen zijn.

Een man heeft in biologische termen duidelijke nadelen: vanaf de conceptie leeft hij minder lang (en nu ook minder vaak afstuderen) dan zijn zusters, zijn immuun systeem maak hem meer vatbaar voor infecties en kanker, hij is vaker dislextisch, overtreedt vaker de wet en dood zichzelf vaker.

Met zoveel nadelen rijst de vraag waarom mannen eigenlijk bestaan?

Bron: De Volkkrant, zaterdag 29 juni 2002: bespreking boek Dr. Sarah Kraak over geslachtsverhoudingen en The Economist May 24th 2003 Girl Power en The Economist November 2nd 2002 On not being a woman Datum laatste wijziging 14 oktober 2003.