Zijn investeringsmaatschappijen slecht voor de economie?

Kritiek

Geld en tijd Investerings­maatschap­pijen staan volop in de schijn­werpers. Ze hebben de naam hebzuchtig te zijn ten koste van andere belang­hebbenden. Zijn investerings­maatschappijen inderdaad slecht voor de economie of is het slechts politiek geklets?

De kritiek op investeringsmaatschappijen spitst zich toe op 3 punten:

  1. Ze vernietigen banen en wringen bedrijven volledig uit, investeren niet of nauwelijks en behandelen werknemers slecht;
  2. Ze profiteren volop van belastingvoordelen over rente op leningen;
  3. Ze verstrekken vrijwel geen informatie, waarschijnlijk omdat hun managers uitzonderlijk hoge vergoedingen ontvangen en ze dit willen verbergen.

Deze kritiek is meestal ver bezijden de waarheid.

Kostenvermindering

Het is waar dat op korte termijn een overname van een bedrijf leidt tot kostenvermindering en banenverlies. Maar dit gebeurt toch of het nu een investeringsmaatschappij of een concurrent is die het bedrijf koopt. Kopers willen hun nieuwe aanwinst goed laten presteren en zijn niet uit op de vernietiging ervan. Investeerders verdienen namelijk meer aan een groeiend bedrijf dan aan een krimpend bedrijf. Op langere termijn scheppen overnames dan ook banen. Overgenomen bedrijven presteren vaak beter dan vergelijkbare bedrijven. Dit is weer goed voor de werknemers die kunnen kiezen uit meerdere banen en een hoger loon kunnen vragen.

Belastingvoordelen

De investeringmaatschappijen kennen geen bijzonder belastingprivileges. Elk bedrijf mag de rente die het betaalt over een lening aftrekken van de winst. De verstrekker van de lening en dus ontvanger van de rente betaalt belasting en niet de lener. Dit algemene principe geldt over de gehele wereld. Het echte verschil is dat investeringsmaatschappijen gemakkelijk geld kunnen lenen, deels omdat ze een langetermijnvisie hebben; het soort kapitaal dat van ‘links’ de voorkeur krijgt boven het korte-termijn-denken van de aandelenbeurs.

Informatieverstrekking

Beursgenoteerde bedrijven moeten veel informatie openbaar maken aan de aandeelhouders die vaak ver van het bedrijf afstaan. Hiermee kunnen ze het management en de resultaten beoordelen. Investeringsmaatschappijen werken daarentegen nauw samen met de bedrijfsmanagers en nemen gezamenlijk belangrijke beslissingen. Ze hebben geen behoefte om elkaar te misleiden. Eerder is het ongekeerde het geval. de samenwerking leidt tot hogere resultaten en dus tot hogere managementvergoedingen.

Echte kritiek

Het beste standpunt om kritiek te hebben op het grote aantal bedrijfsovernames is vanuit de investeerdersstoel. De gewoonte van deskundigen om forse rekeningen te sturen voor tot stand brengen van een investeringsovereenkomst staat haaks op de belangen van investeerders en managers. De gemiddelde vergoeding die de investeerder moet betalen aan ‘begeleiders’ staat in geen verhouding tot de risico’s die de ‘begeleiders’ lopen. De echte verliezer bij de vele overnames is vaak de investeerder die een groot deel van zijn winst op ziet gaat aan provisies voor professionals zoals bankiers en advocaten.

De werkers van deze wereld mogen zich terecht zorgen maken als pensioendeelnemers en dus als investeerders en niet als politieke activisten.

Zie ook:

Bron:Barbarians in the dock, March 3rd 2007. The Economist.
Datum laatste inhoudelijke wijziging 13 maart 2007