Waar is het bewijs voor het broeikaseffect?

broeikaseffect Als meten weten is, dan weten we nog steeds niets van het broeikaseffect. Ondanks tientallen indicaties -natte winters, smeltende poolkap, opwarmende oceanen- is er nog steeds een gebrek aan bewijs.

Modellen komen niet uit

Eén van de grote gaten in de bewijsvoering is dat de atmosfeer niet zo snel opwarmt als de broeikasmodelen voorspelen. Satellieten die sinds 1979 wereldwijd de temperatuur van de lucht opnemen, komen uit een op een opwarming van krap ééntiende graad per tien jaar. Dat is nog niet de helft van wat het volgens de klimaatmodellen moet zijn.

Correcties

In Nature van 6 mei 2004 corrigeren onderzoekers van de universiteit van Washington in Seatte de satellietmetingen waardoor de meting wel in de pas lopen met de modelvoorspellingen. Volgens de Amerikanen meten de satellieten niet gericht genoeg. Ze nemen niet alleen de temperatuur van de onderste laag van de atmosfeer, de troposfeer, maar ook van de laag daarboven, de stratosfeer. Die laag, boven zo'n tien , vijftien kilometer hoogte, is de afgelopen tientallen jaren juist afgekoeld. Die afkoeling moet dus van de meting worden afgehaald, als het om de troposfeer te doen is. Daar is het kilmatologen om te doen, want het het is de troposfeer die de aarde opwarmt.

Twijfelachtig

Dr. Jos de Laat van het instituut SRON in Utrecht vindt dit gesleutel aan de metingen tot ze in de klimaat modellen passen twijfelachtig. Om de correctiefactor te bepalen, hebben de Amerikanen veel vereenvoudigingen nodig. De hele atmosfeer wordt wereldwijd gelijkgeschakeld. De grens tussen troposfeer en stratosfeer wordt overal en altijd op dezelfde hoogte gedefinieerd, terwijl dat van polen tot evenaar, en van seizoen tot seizoen, sterk kan variëren.

Meten is weten

Eigenlijk zouden de satelietgegevens met andere, onafhankelijk metingen zoals ballonnen met radiosondes moeten worden gevalideerd, zegt De Laat. “Maar ook die laten geen duidelijke opwarming van de troposfeer zien.”

Zelfs de opwarming bij het aardoppervlak, die wel duidelijk is aangetoond, hoeft volgens De Laat geen bewijs te zijn van het broeikaseffect. Directe invloeden van industrie, verkeer en steden spelen ook een rol. “De klimaatdiscussie wordt vertroebeld dor emoties”, zegt De Laat.

Natuurlijk is het nog steeds heel goed mogelijk dat het broeikaseffect bestaat, aldus De Laat, maar hij denkt dat een deel van de opwarming te wijten is aan andere processen. “Dat moeten we meten. Je past een model aan aan de metingen, en niet andersom.

Zie ook:

Bron: De Volkskrant, 8 mei 2004, Satelliet leert de broeikas zien door Michael Persson.
Datum laatste wijziging 21 mei 2004.