Is opwarming van de aarde slecht?

vruchten van het land Het meten van temperatuur over langere tijd is niet zo simpel als het lijkt. De grootste afwijkingen hebben we wel in beeld: zon of schaduw, in de wind of uit de wind, meter op stenen muur of houten schutting, op de grond of van de grond, etc. Om alle variabelen zoveel mogelijk gelijk te maken, hebben de weerkundigen een afspraak gemaakt hoe ze de temperatuur meten: anderhalve meter boven de grond in een hut met jaloezie├źn (en veel andere voorschriften).

Verandering omgeving

Toch kunnen deze afspraken niet alle variabelen gelijk maken. Zo verandert de omgeving voortdurend, bijvoorbeeld van een weiland in een stad. In een stad waait minder wind en houdt beton warmte vast. Het is mede daarom in een stad altijd iets warmer dan op het platteland. Thermometers geven daardoor iets hogere temperatuur aan dan vroeger. Dit effect is te corrigeren, maar neemt de glans weg van de feitelijke waarneming.

Verandering meetwijze

Naarmate we verder teruggaan in de tijd, zijn de meetgegevens onbetrouwbaarder of ontbreken geheel. In 1592 bouwde Galileo zijn eerste primitieve thermometer. In 1714 maakt Fahrenheit de eerste betrouwbare thermometer. In 1742 bedacht Celsius de door ons gebruikte temperatuurschaal.

Terug in de tijd

Dat 2003 een zeldzaam warm jaar was, bewijzen ook de oogstdata de wijnen in de Bourgogne tussen 1370 en 2003. In de al die eeuwen nauwkeurig bijgehouden wijnkalenders komt geen enkel jaar voor dat te vergelijken is met 2003. Zelfs de extreem warme jaren 1520 kunnen niet tippen aan 2003, melden Franse onderzoekers in Nature van 18 november 2004.

De datum waarop de wijdruiven worden geoogst, is sinds de dertiende eeuw in Frankrijk goed gedocumenteerd. In de Bourgogne zijn zo al ruim zevenhonderd jaar gegevens verzameld over de rijping van de druivensoort pinot noir. Die zijn een goede aanwijzing voor temperatuurschommeling.

De wijngegevens komen goed overeen met die van de werkelijk gemeten temperaturen in Parijs, maar die zijn pas sinds 1787 beschikbaar. Ze komen ook redelijk overeen met die van boomringen. Het blijkt dat hoge temperaturen als in de jaren negentig eerder voorkwamen in 1380, 1420, 1520 en 1630-1680. Met 5,86 graden boven het gemiddelde blijft 2004 echter een absoluut topjaar, nog warmer dan de extra 4,1 graden in 1523.

Aan de hand van de dikte van boomringen is ook af te leiden hoe waar het in een jaar is geweest. We kunnen daardoor teruggaan tot het jaar 2000 voor Christus.

Het Amerikaanse HarvardSmithsonian Center for Astrophysics heeft ruim 240 klimaatonderzoeken gebundeld. Hieruit blijkt dat tussen de negende en veertiende eeuw de gemiddelde temperatuur op aarde veel hoger was dan nu en dat tussen 1300 en 1900 het een stuk kouder was dan nu. Anekdotische bewijzen ondersteunen deze waarnemingen. De Vikingen vestigden zich rond het jaar duizend op Groenland (en niet op Witland wat nu een betere naam is) en verlieten het weer toen het weer veel kouder werd. In Engeland groeiden druiven waar wijn van werd gemaakt. We hebben stapels bewijzen om de waarnemingen te ondersteunen.

Hogere temperatuur is goed

We maken nu niet een uitzonderlijke warme periode door: het was duizend jaar geleden ongeveer twee graden warmer dan nu. De opwarming van de aarde door het broeikaseffect valt daarmee weg in de effecten van andere factoren die we nog niet kunnen meten. Een verhoging van de aardewarmte is overigens niet slecht. De geschiedenis toont aan het een warm jaar in Europa voor iedereen een tijd van overvloed was. Pas toen vanaf 1300 de temperatuur begon te dalen, ontstonden problemen. Oogsten mislukken. Je vraagt je dus af waarom iedereen tegenwoordig zo bang is voor opwarming.

Zie ook:

Bron: Elsevier 7 juni 2003: De warme middeleeuwen door Simon Rozendaal en De Volkskrant, 20 november 2004: Warm 2003 blijkt uit wijnoogstdata.
Datum laatste wijziging 21 november 2004.