Waarom is Afrika zo arm?

Afrika onder de Sahara – dus zonder Egypte, Libië, Tunesië, Marokko en Algerije – is het armste continent ter wereld. De helft van de 700 miljoen mensen leeft van € 0,60 of minder per dag. Het is het enige werelddeel dat armer is geworden in de afgelopen 25 jaar ondanks de vooruitgang in technologie, kennis en handel in andere regio's. Zelfs Afrikanen willen niet investeren in Afrika: naar schatting 40% van de privé rijkdommen bevinden zich buiten Afrika.

Het korte antwoord op de vraag waarom Afrika zo arm blijft, is slecht bestuur. Het korte antwoord op de vraag wat Afrikanen zelf doen om dit te verbeteren is dat vele Afrikanen hard werken om hun eigen bestaan te verbeteren, maar dat hun leiders en regeringen eigen belang vaak boven het gemeenschappelijke belang stellen. Ze stelen en roven van hun eigen mensen en zijn niet deskundig genoeg.

Toch ontwikkelde Afrika zich in de negentiger jaren in een democratischer richting, waardoor de regeringen hopelijk meer verantwoording moeten afleggen aan de bevolking. Maar, zoals de Afrikanen zeggen, democratie kun je niet eten. De echte test is het vermogen van regeringen om mensen te laten samenwerken los van stammen, familie en gevestigde belangen. Samenwerking vooral gericht op de toekomst en daarmee op het nakomen van afspraken.

Machthebbers of wetten?

Traditionele rechtbanken hebben een aantal voordelen. Het is beter dan naar de stad te gaan, eeuwen te wachten in lange rijen en geld dat je niet hebt, te betalen aan een advocaat. Het is sneller, goedkoper en minder confronterend. Een traditionele rechtbank houdt zich bezig met kleine diefstal, huwelijks problemen en anti-sociaal gedrag. Het houdt zich bezig met het verbeteren van relaties, niet met gelijk krijgen.

Gewoonte recht is soms arbitrair omdat het is gebaseerd op ongeschreven wetten en het humeur van een stamhoofd. Hoewel de regels ongeschreven zijn, zijn mensen bekend met de regels en respecteren de regels. Een traditioneel Afrikaans stamhoofd mag dan ongekozen zijn, hij moet wel verantwoording afleggen. Hij leeft in hetzelfde dorp en hoort hun klachten over hem. Als hij slecht leiding geeft, kan hij vervangen worden, vaak zonder bloedvergieten.

Waar traditionele wetten niet mee overweg kunnen, is de ingewikkeldheid van de moderne wereld. We kunnen niet een ongeschreven bankreglement hebben of de telecommunicatie regelen met mondelinge overeenkomsten. Wat werkt voor locale zaken, werkt niet voor naties.

afrika Naties zijn één van Afrika's grootste problemen. Afrika bestond uit duizenden koninkrijken en stammen met een bestuurlijke ervaring van honderden jaren. De Europeanen verdeelden het continent in enkele tientallen landen met grenzen die soms dwars door stammen liepen en anderen samenvoegden die niet veel van elkaar moesten hebben. Op deze kunstmatige indeling pasten ze een regeringsstructuur toe die gebaseerd zijn op Europese modellen.

Een parlementaire structuur is een uitstekend systeem, maar was geheel vreemd voor Afrika. Een bureaucratische staat naar Europees model kan alleen functioneren als opgeleide mensen voorhanden zijn. Maar bij de onafhankelijkheid van Tanzania waren bijvoorbeeld maar 16 Tanzanianen universitair geschoold.

De eerste experimenten met democratie duurden niet lang. De gekozen regeringen werden snel autoritair of het leger naam de macht over. Deze regeringen waren niet functioneel en erg onstabiel. Het duurde niet lang of de meeste Afrikaanse landen hadden leiders die regeerden als een traditioneel stamhoofd, maar legden geen verantwoording af. Een boer kan naar zijn stamhoofd lopen en vragen stellen. De president spreken in zijn ommuurde paleis is iets moeilijker.

Sommige leiders noemden zich socialist, anderen kapitalist, maar ze hadden een ding gemeen: ze concentreerden zoveel mogelijk macht bij de president en gebruikten dit om zichzelf en hun supporters te verrijken. Het prototype was Mobuto Sese Seko, heerser van Zaïre, het huidige Congo, van 1965 tot 1997. Hij beweerde doodleuk: “Democratie is niet voor de Afrikanen.” Hij regeerde bij decreet, zette zijn tegenstanders gevangen, naam buitenlandse bedrijven in beslag en deelde ze uit onder zijn eigen elite. Mindere goden volgden zijn voorbeeld. Van de dikste minister tot de nederigste ambtenaar, iedereen met macht zette dit om in geld. De regering vervalste zelfs zijn eigen geld: de drukker van het geld werd betrapt op het drukken van meerdere kopieën van papiergeld met hetzelfde serienummer. Niet verwonderlijk dat de inflatie 9.800% bedroeg in 1994.

Overal in Afrika vond hetzelfde patroon plaats zij het in minder extreme vorm. De slimste mensen emigreerden of ging in overheidsdienst waar ze hun energie richtten op het onttrekken van geld aan hun productieve landgenoten. Politiek leverde altijd winst op. Eenmaal aan de macht -op welk niveau dan ook- maakte dat je rijk werd en je kinderen kregen banen bij de overheid. Als je machtsbasis verviel, dan zat je in moeilijkheden.

Zelfzuchtige machthebbers zijn een ramp geweest voor Afrika. Gelukkig zijn stedelingen die ±40% van de bevolking uitmaken, nu beter geïnformeerd en moeilijker te intimideren dan de plattelandsbevolking. Ze eisen beter bestuur en naleving van landelijke wetten. Buitenlandse hulpverleners eisen ook hervormingen. De regeringen moeten de bevolking uitleggen waaraan ze de belasting besteden en hierover ook verantwoording over afleggen.

Eigendomsrechten

Slechts 10% van de Afrikanen kan aantonen dat het land dat ze bewerken en de huizen die ze bewonen formeel van hun zijn. Dit is van belang omdat zonder een betrouwbaar systeem om te bepalen wie wat bezit, bezittingen niet als onderpand kunnen dienen.

Sinds de onafhankelijkheid van vele landen, hebben de regeringen de neiging om eigendomsrechten te versoepelen in plaats van aan te trekken. De Europese kolonisten gaven voor het grootste deel de voorkeur aan lokale afspraken voor land, behalve op plaatsen waar ze zelf wilden leven of hun plantages vestigden. Na het verkrijgen van hun vrijheid verklaarden enkele Afrikaanse regeringen het land tot staatseigendom. De staat verkreeg het monopolie op eigendom en gebruik. Dit nam de macht weg bij locale dorpshoofden en gaf macht aan de bureaucraten. Dit bleek catastrofaal door het ontbreken van een machtsevenwicht ten opzichte van het centrale gezag. Productie stortte in elkaar, hongersnoden volgenden elkaar op.

In een ontwikkeld land kunnen landbouwers die willen investeren in zaaigoed of grotere tractoren, hun land belenen. Als zij het geleende geld niet terugbetalen, dan krijgt de bank het land in eigendom om het daarna te verkopen om alsnog het geld te krijgen. Als alles goed gaat, levert hun land meer op doordat gewassen beter groeien door beter pootgoed en betere landbewerking. Dit maakt het land weer meer waard. Het lenen van geld met onderpand van land en huizen is cruciaal in elk ontwikkeld land.

In Afrika het lenen van geld veel lastiger. Banken lenen nauwelijks geld aan boeren omdat ze niet zeker zijn dat ze hun geld terugkrijgen. Boeren zijn hierdoor niet in staat om te investeren in de toekomst -de oogst van volgend seizoen- waardoor de groeimogelijkheden erg beperkt zijn.

Betrouwbare eigendomsrechten hebben vele voordelen. Als mensen erop kunnen vertrouwen dat ze niet zomaar van hun land worden gestuurd, zijn ze eerder geneigd om lange termijn investeringen te doen zoals de uitbouw van hun huis of het kopen van een nieuwe ploeg. De eigenddomsrechten geven flexibiliteit aan boeren wanneer ze naar de stad willen verhuizen. Ze kunnen hun land verkopen of verhuren zonder angst dat hun land in beslag wordt genomen door anderen.

Natuurlijk kunnen eigendomsrechten niet meteen worden ingevoerd. In het Westen ontstonden ze in de loop van vele eeuwen. Bovendien kan Afrika niet simpelweg de regels van rijke landen overnemen, omdat het niet de kennis heeft om de rechten te beschermen en te handhaven. Het is aan te bevelen om het land eerst volledig in kaart te brengen voordat de eigendomsrechten geregistreerd gaan worden. Afrika heeft echter te weinig landmeters en hun diensten zijn te duur voor de arme boeren. Een eigendomssysteem moet goedkoop en vrij globaal starten om het daarna te vervolmaken. En wat is het belangrijkste is, de normale mensen moeten het systeem accepteren. Daarom moet het gebouwd zijn op afspraken die de mensen kennen en vertrouwen.

Oorlog

Elk conflict kent zijn eigen unieke en complexe ontstaansredenen, maar enkele generalisaties kunnen we maken. Een studie naar de burgeroorlogen sinds 1960 vond dat de meest belangrijke risico's armoede, kleine economische groei en een hoge afhankelijkheid van natuurlijke bronnen zoals olie en diamanten zijn. Afrika's oorlogen lijken deze theorie te bevestigen.

Grote delen van Afrika zitten in een vicieuze cirkel. Denk aan oorlogen in 2004 in Angola, Congo, Soedan, Somalië, Tsjaad, Sierra Leonne of Liberië. Deze landen vallen steeds ten prooi aan oorlog omdat ze arm zijn en slecht geregeerd worden. De oorlog maakt ze nog armer en de leiders die te voorschijn komen uit de oorlog zijn vaak alleen uit op eigen verrijking.

De volgende maatregelen moet een Afrikaanse regering altijd treffen om de kans op oorlog te verkleinen: geld uitgeven aan scholen in plaats van soldaten, vreedzame oppositie toestaan en etnische conflicten voorkomen.

Aids

Aids treft Afrika harder dan waar ook ter wereld. Vele redenen zijn te geven. Arme mensen kunnen zich geen goede gezondheidszorg veroorloven. Zonder antibiotica kunnen ze andere seksueel overdraagbare ziekten niet behandelen. Hierdoor hebben ze vaak open plekken waardoor het aids virus een gemakkelijk overdrachtspunt heeft. Afrika kent veel seizoenarbeiders die het aids virus ver verspreiden. Vele mannen laten hun vrouw en kinderen achter in een dorp, gaan zelf naar de stad, slapen vaak bij prostituees en infecteren na thuiskomst hun vrouw.

Volgens schattingen van de Verenigde Naties hebben 30 miljoen Afrikanen het aidsvirus. In grote delen van Zuid- en Oost-Afrika is een op de vijf tot een op de drie mensen besmet. In Botswana zijn zelfs 4 op de tien mensen besmet. De invloed van aids op het leven is groot. Jonge mensen beseffen dat ze waarschijnlijk doodgaan aan de ziekte na een lange lijdensweg. Bovendien zien ze hun familie om zich heen sterven. Honger en aids doen beide een aanval op het weerstandsvermogen van het lichaam zodat ze elkaar versterken. Hongerige, zieke mensen zijn nauwelijks in staat om voedsel te verbouwen. Dit leidt tot honger en nog meer ziekte waarop dood volgt.

De seksuele moraal verschilt sterk, van de strikte Islamitische code van Soedan tot de meer vrije houdingen in zeg Zambia. Niemand kan zeggen wat de Afrikanen doen in bed of in de schaduw van de mango boom, maar de aids statistieken vertellen een helder verhaal.

In Afrika zijn in tegenstelling tot andere plaatsen, meer vrouwen besmet dan mannen, omdat de ziekte via man-vrouw contact wordt overgedragen en vrouwen eerder besmet raken bij vaginaal geslachtsverkeer. Jonge Afrikaanse vrouwen -tieners en twintigers- hebben veel meer kans om besmet te raken kan mannen van dezelfde leeftijd omdat ze slapen met oudere mannen die meestal meer geld hebben.

Dit patroon van seksuele netwerken doet het aidsvirus circuleren in verschillende generaties. Mannen en vrouwen hebben rond hun 35ste dezelfde besmettingsgraad omdat vrouwen die het virus eerder kregen sterven en mannen oud en rijk genoeg worden om om jongere maîtresses te onderhouden.

Landen die de aids besmetting beteugeld hebben, hebben de bevolking overtuigd risicovolle seks te vermijden. Dit is niet gemakkelijk in een continent waarin niemand een veiligheidsriem draagt, maar het is niet onmogelijk. In Senegal kreeg de regering met behulp van de kerk de prostituees en hun klanten zover om condooms te gebruiken. Sinds 1990 bleef de besmettingsgraad 1%.

In 2002 naam slechts een op de 500 aids patiënten een geneesmiddel hoewel ze 95% goedkoper zijn geworden en donorlanden voor de pillen betaalden. De rudimentaire infrastructuur van de gezondheidszorg maakt de verdeling van geneesmiddelen erg lastig. Het bestaan van aids ontkennen zoals vele regeringen doen, Zuid-Afrika met Thabo Mbeki voorop, lost helemaal de aids problemen niet op.

Leren van het verleden

Op korter termijn zijn de vooruitzichten voor Afrika negatief. Vele Afrikanen, vooral de elite, trekken geen lessen uit het verleden, maar blijven klagen over de behandeling in het verleden. Het is logisch dat Afrikanen zich beklagen over de koloniale periode, maar bitterheid vult geen enkele maag. Politici blijven alle fouten afschuiven op de koloniale periode, zelf in landen die al tientallen jaren zelfstandig zijn. Vele mensen geloven in samenzweringstheorieën: dat westerse wetenschappers het aids virus ontwikkelden om Afrikanen te vermoorden (aids virus komt waarschijnlijk uit Congo en is overgesprongen van apen op mensen rond 1935), dat Amerika achter de oorlog in Congo zat en dat het IMF en de Wereldbank in de woorden van Namibië's president Sam Nujoma “goed georganiseerde organisaties zijn die Afrika's arbeid en grondstoffen willen uitbuiten ten eigen voordeel.”

Natuurlijk zijn buitenlanders soms als schuldige aan te wijzen. Maar dit mag niet een excuus zijn om niets te doen. George Ayittey, een Ghanese schrijver, zegt: “Bijna elk zwart probleem leggen we uit in termen van racisme, wat het beeld geeft dat we eerst het racisme moeten uitroeien voordat we andere problemen kunnen oplossen. Maar er zal altijd racisme blijven bestaan in het Westen. Moeten wij zwarten, wachten op het einde van racisme voordat we zelf het initiatief nemen om onze eigen problemen op te lossen?”

Afrika is niet verloren. Hoewel oude mannen het continent besturen, is Afrika een jong continent. De helft van de mensen is jonger dan 16 jaar en meer dan 70% is geboren na de onafhankelijkheid. Deze “vrij-geborenen” zijn meer geneigd om de huidige heersers de schuld te geven dan de vroegere kolonisten voor de problemen die Afrika heeft. Als ze ouder worden, kiezen ze hopelijk de pragmatische leiders die Afrika nodig heeft. Laten we dat hopen.

Zie ook:

Bron: The Economist january 17th 2004, How to make Africa smile.
Datum laatste wijziging 14 augustus 2004.