Nadat mijn hersenen volgroeid zijn en ik een vaste partner heb gevonden, pas ik de rangorde van mijn persoonlijke ambities opnieuw aan:
Door het vinden van mijn vaste partner en het hebben van een baan zijn mijn vooruitzichten prima. Ik heb de grootste hobbels in mijn leven al overwonnen. In de toekomst lukt me dat ook wel. De wereld ligt aan mijn voeten. Mijn zelfvertrouwen is groot en ik denk dat de hele wereld naar mij kijkt. Mijn identiteit geeft me het zelfvertrouwen om de wereld aan te kunnen. Kom maar op, ik los de wereldproblemen in een handomdraai op. Geef de macht aan de jongeren zoals ik en allerlei problemen verdwijnen als sneeuw voor de zon.
Problemen los ik het liefst zelf op. Een groep is ook maar een verzameling van personen die elk een eigen belang hebben. Ik kom op voor mijn eigen belang. Groepen komen en gaan, ik blijf wel bestaan. Mijn identiteit ontleen ik vooral aan mijn eigen kennis en kunde en het geloof in een maakbare toekomst.
Het verhuizen naar een andere stad om de volgende stap in mijn carrière te zetten, knabbelt aan mijn identiteit. Niemand weet meer wie ik ben. Mijn levensverhaal is onbekend. Ik moet lid worden van nieuwe groepen die me met een beetje argwaan bekijken. De groepen waarin ik me begeef, zijn de belangrijkste dragers van mijn identiteit. “De groep” kan de buurt zijn waarin ik woon, mijn afkomst als Fries of Limburger, mijn rol als trainer van het voetbalteam, et cetera. Elke keer als ik verander van identiteit, verlies ik de oude identiteit onmiddellijk, maar ik kan me maar beetje bij beetje een nieuwe identiteit aanmeten. Ik ken de nieuwe regels en gebruiken onvoldoende, waardoor mijn gedrag onnatuurlijk overkomt. Ik voel me ook niet echt thuis in mijn nieuwe identiteit. Ik ben liever degene die ik was. Ik verhuis daarom met tegenzin en wissel niet graag van groepen. Alleen als ik overduidelijk faalde, pak ik mijn nieuwe identiteit met veel enthousiasme op. Dan is een nieuwe start juist een mogelijkheid om mijn identiteit opnieuw op te bouwen in een nieuwe omgeving.
Ik sta pas aan het begin van mijn carrière. Mijn status is nog laag, omdat ik nog niets heb laten zien. Toch denk ik daar zelf anders over. Anderen onderschatten mijn waarde en inbreng. Kijk naar de toekomst die voor me ligt. Wat kan ik allemaal wel niet betekenen? De toegeschreven status moet dus veel hoger zijn.
Ik wil graag meer status hebben en daar zet ik me dan ook volledig voor in. Ik ga voor resultaat en laat de wereld zien dat ik van belang ben.
Ik heb een hekel aan de ouderen die status hebben. Ik zie niet in wat hun bijdrage is aan de samenleving en waarom ze zoveel moeten verdienen. Hun inbreng is geschiedenis. Het gaat juist om de toekomst met nieuwe technieken en methoden. Ik spreek dit natuurlijk nooit openlijk uit om mijn loopbaan niet in gevaar te brengen.
Mijn status stoelt vooral op de voordelen die ik de groep bied.
Mijn succeskansen nemen toe met extra kennis. Snap ik de essentie, dan kan ik een voorsprong nemen op de anderen en nog meer status vergaren. Ik leer graag van andere mensen die meer kennis en inzicht hebben. Door mij meer te verdiepen in onderwerpen die ertoe doen, snap ik beter hoe de wereld werkt. Als ik een hekel heb aan leeswerk, benut ik documentaires op televisie om mezelf bij te spijkeren. Door het inzicht dat ik krijg, begrijp ik de grote verbanden beter en zie ik de toekomst met meer vertrouwen tegemoet. Ik snap dat meer mensen meer kennis kunnen inbrengen en dat daarmee de kans op succes toeneemt. Aan de andere kant stoor ik me aan de onwetendheid van anderen en dit blokkeert constructieve samenwerking.
Met de juiste kennis kan ik me richten op het goede leven, mijn inspanningen concentreren op belangrijke zaken, mijn bijdrage aan de groep vergroten en mijn eigen plezier opvoeren. Kennis laat me meer genieten van het leven.
Na het veroveren van de liefde van mijn leven, krijgt mijn lichaam opeens veel minder aandacht. Door mijn jeugdigheid is de gezondheid nog goed en schenk ik hier niet veel aandacht aan. Alle bewegingen kan ik nog maken, het haar zit nog op mijn hoofd, mijn borsten staan nog strak. Wat wil een mens nog meer?
Die jeugdige volwassenheid trekt nog genoeg aandacht van anderen. Mensen bejegenen me meestal positief. Dat doet mijn zelfvertrouwen goed.
Samenwerking is voor mij belangrijk om mijn eigen doelstellingen te verwezenlijken. Samenwerking daarbuiten is een verspilling van energie. Dat minimaliseer ik zoveel mogelijk.
Ik begrijp het belang van de groepsprocessen, maar maak mezelf hier niet afhankelijk van. Ik onderken wie belangrijk is en aan welke groepsprocessen ik wel en niet mee wil doen. Groepsleden die ik niet belangrijk vind, begroet ik vriendelijk, maar niet meer dan dat. Ik zoek een evenwicht tussen mijn eigen belang en het groepsbelang. Bij belangrijke besluiten beïnvloed ik de groepsmening door mijn argumenten te onderstrepen. Ik bemoei me niet met onbelangrijke besluiten.
Samenwerking met mijn partner om kinderen op de wereld te zetten staat hoog in mijn vaandel. Ik bedek problemen in de relatie met de mantel der liefde. Voorop staat het belang van de kinderen. Dat levert een vreemde spagaat op. Aan de ene kant kies ik voor mijn loopbaan om de inkomsten van het gezin te garanderen. Aan de andere kant doen de kinderen een beroep op mijn tijdsbesteding. Dit spanningsveld is me soms te veel. Zeker als de mensen om me heen me niet steunen.
Vorige pagina Volgende pagina Inhoudsopgave