Zodra de geslachtshormonen uitbundig door het lichaam stromen, verandert de rangorde in de persoonlijke ambities:
Ben ik een vrouw, dan zet ik vooral mijn lichamelijke aantrekkelijkheid in. Ik benadruk die onderdelen die mij veel aandacht opleveren, zoals stevige borsten, strak achterwerk, smalle taille en een jong uiterlijk. Ik speel met de aandacht die ik van het andere geslacht krijg. Is de ander aantrekkelijk, dan speel ik het spelletje verder. Is de ander in mijn ogen niet goed genoeg, dan wijs ik hem overduidelijk af.
Ben ik een man, dan benadruk ik mijn mannelijke kenmerken die hoog scoren bij het andere geslacht. Ik laat mijn brede torso zien op het strand, mijn grote uithoudingsvermogen in sportwedstrijden en mijn kracht bij fysiek gevaar. Ik imponeer door anderen te laten zien dat ik mijn mannetje sta en dat er met mij niet te spotten valt.
Ik probeer altijd mijn lichaam gaaf te houden, maar neem wel risico als ik seks kan hebben. Ik rust voldoende en eet goed. Is de honger gestild, dan ben ik tevreden. Verafschuw ik een voorwerp of handeling, dan walg ik. Dit is een goede manier om mijn lichaam gezond te houden. Wil ik graag iets krijgen in de toekomst, dan heb ik een sterk verlangen. Deze emotie is vooral sterk als ik hunker naar een partner.
Mijn positie in de samenleving en de groepen waarin ik een rol speel, vind ik niet belangrijk. Alleen als ik indruk kan maken op het andere geslacht, probeer ik me te onderscheiden. De beste, de mooiste, de eerste, de grootste mond, de opvallendste kleur, het maakt niet uit hoe. Ik ben anders en mensen moeten op mij letten. Ik ben de toekomst van de wereld.
Ik onttrek me het liefst aan 'burgerlijke' groepen en beperk het contact het liefst tot een kleine groep vertrouwelingen die begrijpen waar ik voor sta. Ik communiceer mijn identiteit met symbolen die afwijken van de gevestigde orde. Soms kies ik symbolen met een historische betekenis die ik niet volledig ken. Ik ga dan graag het gevecht aan met de gevestigde orde om mijn identiteit te benadrukken. Ik ken de groepsregels en de gebruiken van de nieuwe omgevingen waarin ik terechtkom nog onvoldoende, waardoor mijn gedrag onnatuurlijk overkomt. In het begin voel ik me niet echt thuis in de nieuwe identiteit. Ik ben liever degene die ik was. Alleen als ik overduidelijk faalde, pak ik mijn nieuwe identiteit met veel enthousiasme op.
Mijn identiteit is belangrijk voor mij. Mijn boodschap aan de buitenwereld is dat ik anders ben, bijzonder. Iemand met toekomst.
Ik krijg geen waardering van de 'burgerlijke' groepen waarin ik deelneem en neem daarom snel afscheid als dat mogelijk is. Mijn geringe status compenseer ik met een groot gevoel voor identiteit. Ik benadruk mijn eigen positie en mijn eigen belang. Kennis maak ik mezelf eigen en proefondervindelijk vind ik uit wat werkt en wat niet. Mijn lichaam is jong en krachtig. Wie maakt me wat. Ik heb de wereld niet nodig, de wereld heeft mij nodig!
Mijn status ontleen ik vooral aan de aandacht die krijg van het andere geslacht. Mijn lichaam is mijn geheime magneet als ik meer dan gemiddeld aantrekkelijk ben. Ik zet het lichaam onbeschaamd in om meer status te krijgen. Bij mijn concurrenten lokt dit negatieve gevoelens uit, die ik natuurlijk geheel negeer.
Ik verfoei de status die andere mensen ontlenen aan hun bijdrage aan de groep. Zeker als die groep mij geen status geeft. Draagt de groep bij aan mijn status dan vergroot ik mijn inzet om de grootste status te veroveren. Ik wil graag horen van anderen hoe geweldig mijn bijdrage aan de groep is.
Verhoging van status leidt tot bewondering. De groep kijkt tegen mij op en laat dat blijken. Hier geniet ik van. Verlaging van status uit zich in verontwaardiging. Dit haat ik. Soms is mijn status zo laag, dat anderen mij minachten. Dit ontloop ik het liefst.
Ik vind het opdoen van nieuwe kennis lastig. Het leren van nieuwe inzichten en vaardigheden kost me veel energie en die heb ik niet altijd. Hoewel ik wel graag wil, kan ik me er niet toe zetten om tijd vrij te maken om te studeren. Door mijn gebrek aan kennis kan ik niet altijd de beslissingen begrijpen die anderen nemen. Dit stoort me en knaagt aan mij. Het beïnvloedt mijn gedrag meer dan ik wil toegeven.
Het verwerven van kennis is lastig. Het vereist vaak een andere manier van denken. Dit doet afbreuk aan mijn status en is vaak bedreigend voor mijn identiteit. Het werpt denkbeelden omver en dwingt me elke keer opnieuw om na te denken over de belangrijke zaken in het leven. Zolang ik het verband zie tussen succes bij het andere geslacht en kennis, zet ik me in. Zie ik die relatie niet, of is de stof te lastig, dan kies ik voor ontspanning. Ik boots het liefst anderen na en weet dan zeker dat ook ik succes kan hebben.
Soms kan ik uitblinken en me onderscheiden door te tonen dat ik goed kan leren. Dan slaat mijn houding tegenover kennis om. Kennis onderstreept dan mijn Identiteit en Status. Ik ben anders dan die sukkels die niet kunnen leren. Ik, mijn soort, behoor tot de nieuwe wereldleiders. De rest van de mensheid is slechts plebs. Wij van Minerva, de oudste studentensociëteit in Nederland, zijn bijzonder. En zo is kennis weer ondergeschikt gemaakt aan mijn Identiteit.
Ik zie de groep meestal niet als een mogelijkheid om succes te boeken. Ik vind de groep vaak ballast. De groep belemmert mij om te doen wat ik wil en dwingt gedrag af dat niet het mijne is. Door deze houding vervreemd ik me vaak en sta ik vaak aan de zijlijn. Ik doe wat ikzelf belangrijk vind en zoek mijn eigen vrienden wel op. Ik kan zelf wel alles regelen voor mezelf. Samenwerking met de groep heb ik niet echt nodig, vind ik.
Vorige pagina Volgende pagina Inhoudsopgave