De ambitie Samenwerking vertaalt zich in Samenhang. In de kern wil de groep blijven functioneren, ook in bange tijden.
Hulp bij tegenspoed is belangrijk. Wanneer een groepslid ziek wordt, een mislukte oogst heeft of een blessure oploopt, dreigt de groep kleiner te worden. Elk verloren lid verzwakt het collectief. Door elkaar te helpen in moeilijke tijden, zorgt de groep ervoor dat ze tegenslagen kunnen overwinnen. Hierdoor ontstaat er wederkerigheid: wie nu helpt, kan erop vertrouwen dat anderen later helpen. Vooral bij een onzekere uitkomst, bijvoorbeeld bij jacht, oorlog of ondernemerschap, waarderen we het delen van risico en opbrengst het meest.
Ook bij voorspoed verwachten we dat we de overvloeden met elkaar delen, omdat succes vaak een gevolg is van de inspanningen van de gehele groep en een beetje geluk. Delen van de overvloed zorgt ervoor dat iedereen zich blijft inzetten en dat niets van de overvloed verloren gaat. Delen maximaliseert het nut van de opbrengst, versterkt het groepsgevoel, voorkomt jaloezie, motiveert en voorkomt verspilling.
In moderne organisaties vertalen deze verwachtingen zich in gedragsnormen waarin we succes niet individueel claimen, maar vieren als teamprestatie. Individuele voorspoed (bonussen, complimenten, status) ondergraaft de samenhang. Bij tegenspoed, zoals wanneer een teamlid uitvalt, een fout maakt of een project mislukt, rekent een samenhangende groep niet af, maar ondersteunen de groepsleden elkaar. Teamleden begrijpen immers dat iedereen een fout kan maken.
Samenwerking begint met taakverdeling: we doen niet allemaal hetzelfde, want dat is inefficiënt. Specialisatie creëert wel wederzijdse afhankelijkheid. Wanneer een jager afspreekt om bij zonsopgang klaar te staan, maar niet komt opdagen, is de groepsjacht onmogelijk. Als een verzamelaar belooft te zorgen voor brandhout, maar dat nalaat, kunnen de koks niet koken. Afspraken nakomen betekent ook: aangeven wanneer een afspraak niet kan worden nagekomen, zodat de groep tijdig kan bijsturen. Een taakverdeling is pas effectief als groepsleden zich houden aan de afspraken die daarbij horen. Niet omdat de groep autoritair is, maar omdat het gezamenlijke resultaat afhankelijk is van ieders bijdrage. Groepsleden die hun afspraken structureel nakomen, creëren een voorspelbare en veilige omgeving.
Naast elkaars taken te kennen, dienen groepsleden ook elkaars taken en rollen te begrijpen. Bovenop weten “wie wat doet”, verplaatsen we ons in de ander: wat is moeilijk aan diens taak? Wat kost het aan energie? Wanneer heeft iemand hulp nodig? Wat zijn de risico’s?
Wederzijds begrip schept de mogelijkheid om met elkaar oplossingen te bedenken. In elke groep zijn er 'jagers' (de mensen in de schijnwerpers, de uitblinkers) en 'verzamelaars/verzorgers' (de mensen die de interne organisatie draaiende houden of de administratie stroomlijnen). Samenhang ontstaat pas wanneer de jager begrijpt dat zijn succes onmogelijk is zonder de ondersteuning, en omgekeerd. Groepen die elkaars rollen doorzien, zijn flexibeler in crisissituaties en effectiever in hun dagelijkse routine. Daarnaast maakt helderheid in rollen het eenvoudig om groepsleden aan te spreken op hun gedrag of complimenten te geven. Wie weet wat er van een rol wordt verwacht, kan iemand terecht aanspreken als die rol onvoldoende wordt vervuld. Omgekeerd kan men precies benoemen waarom iemand goed heeft gepresteerd. Dit versterkt de onderlinge aanspreekbaarheid en voorkomt frustratie.
Het diepste effect van motief 6 is echter dat het respect kweekt. Wie begrijpt hoe zwaar de taak van een ander is, zal minder snel oordelen en sneller helpen. Wederzijds begrip en het besef van ieders waarde voor de groep vormen daarmee de sociale lijm die losse samenwerking omzet in echte samenhang.
Naast het delen van voorspoed en het helpen bij tegenspoed (motief 4), verwachten we ook dat we de eindopbrengst van een gezamenlijke inspanning delen. De gedachtegang is eenvoudig: alleen gezamenlijk kan de groep tot succes komen. Daarom heeft iedereen recht op een deel van het resultaat.
Dit motief stoelt op de eisen van rechtvaardigheid en gelijkheid. De mens heeft een diepgewortelde, bijna allergische reactie op onrechtvaardigheid. Frans de Waal toonde dat zelfs bij primaten aan. Als de inspanning collectief is, maar de opbrengst exclusief, verdwijnt de motivatie om bij de groep te horen.
Gezamenlijke deelname aan de opbrengst betekent niet dat iedereen precies hetzelfde krijgt. Het betekent wel dat de groepsleden de verdeling van de opbrengst zien als rechtvaardig en dat niemand wordt uitgesloten. Zelfs wie tijdelijk niets kan bijdragen – de zieke, de gewonde, het oudere of jongere groepslid – heeft recht op een basisdeel. Niet omdat dat economisch rationeel is, maar omdat uitsluiting de groep ontwricht. Een groep die de zwaksten laat vallen, verliest haar morele cohesie en daarmee het vertrouwen van alle leden.
In de praktijk betekent dat we bij iedere succesvolle jacht, iedere geslaagde oogst, iedere voltooide bouw van een onderkomen, de opbrengst zichtbaar en symbolisch delen. Het ritueel van het delen – het samen eten van het gevangen wild, het gezamenlijk vieren van een overwinning – versterkt het besef: wij hebben dit samen bereikt, dus wij delen samen de vruchten.
Vorige pagina Volgende pagina Inhoudsopgave