Naast de ik-waarnemers bestaan ook wij-waarnemers. Wij-waarnemers bezien het gedrag van een individu door de bril van het groepsbelang. Hoewel elke groep haar eigen doelstellingen heeft, rust dit collectieve belang altijd op pijlers van het individuele belang: de persoonlijke ambities van de leden. Het groepsbelang bestaat alleen wanneer het de individuele belangen ondersteunt. Leden verlaten de groep zodra hun eigen belangen niet meer gediend worden.
Dit inzicht biedt een ingang om te analyseren welk gewenst gedrag een groep van haar leden vraagt. Dat gewenste gedrag moet terug te vinden zijn in de verschillende menskundige theorieën. Wanneer we aannemen dat klassieke psychologische theorieën een kern van waarheid bevatten, en dat menselijk gedrag vooral is beschreven vanuit de wij‑waarnemer18-1Sigmund Freud is hier een bekende uitzondering op. Hij schreef meestal vanuit het ik-perspectief. , dan kunnen we het gewenste groepsgedrag herleiden door:
Het resultaat van deze ontleding is het basisgedrag dat de groep van een groepslid verwacht om de belangen van de groep veilig te stellen. Het is een helder beeld van het gedrag dat een groep, impliciet of expliciet, van haar leden verlangt. Door niet de gebruikte woorden uit de psychologische theorieën centraal te stellen, maar het doel waarnaar ze verwijzen en de processen die hieraan bijdragen, is de koppeling met de ambities gemakkelijk te maken. Het woord romantiek komt bijvoorbeeld voor in gedragsbeschrijvingen; dit is een voorloper van seks. Romantiek is een wegwijzer die het individu stuurt naar het beoogde doel: het krijgen van kinderen. Het woord romantiek is zo een wegwijzer naar de standaardmarsroute “krijg kinderen”, gezien vanuit een wij-waarnemer.
Om een helder onderscheid te maken tussen het ik-perspectief en wij-perspectief, gebruiken we niet de term groepsambities, maar groepsmotieven.
De kernwoorden uit de psychologische theorieën zijn de bouwstenen van deze wegwijzer. Voorbeelden van kernwoorden besproken in levenshoudingen zijn: eerlijk, betrouwbaar, behulpzaam, liefhebbend, beleefd, zuiver, ruimdenkend, vergevingsgezind en gehoorzaam. De kernwoorden zijn afkomstig uit de besproken theorieën in het boek 3DE5 Doel, denken, daden en de Essential5. Meer theorieën toevoegen kan, maar levert geen extra inzichten op, omdat de overlap in theorieën bijzonder groot is. Het zijn steeds andere woorden, benoemd vanuit andere kijkrichtingen, maar onderdeel van dezelfde thema’s.
In paragraaf 18.1 staan vijf thema’s die van de kernwoorden zijn afgeleid. De verhalen van deze thema’s verduidelijken hoe groepen de persoonlijke ambities ingevuld willen zien en vatten aan het einde de regels samen die de groep oplegt aan de leden van de groep. Voor de individuele groepsleden zijn deze groepsregels motieven om het door de groep gewenste gedrag te tonen. Het zijn daarmee groepsmotieven.
Het woord motieven maakt het verschil duidelijk tussen de persoonlijke ambities van de ik-waarnemer en de groepsdoelen van de wij-waarnemer. Beide zijn gericht op het invullen van hét levensdoel: het krijgen en succesvol grootbrengen van nageslacht. Maar de kijkrichtingen zijn totaal verschillend. De ambities kijken vanuit het individu, de motieven kijken naar het individu.
Het verwachte gedrag van anderen, de groepsmotieven, is net als de ambities verankerd in de werking van het brein. Hier tegenover staat het feitelijke groepsgedrag, dat een resultaat is van werking én van vrije wil. Stel dat een groep afspreekt om naar Mars te reizen. Dit leidt tot een organisatie die vele problemen moet oplossen. Het groepsgedrag in deze organisatie bespreken we hier niet. Het is een gevolg van de vrije wil, niet van werking. We beperken ons tot het standaard verwachte groepsgedrag dat vastligt in de werking van het brein en is afgeleid van het levensdoel.
In totaal zijn er veertien regels afgeleid. Zie deze veertien motieven als een eerste beredeneerde aanzet. Uit nader onderzoek kan best blijken dat detailaanpassingen in de motieven tot een beter model leiden.
Vorige pagina Volgende pagina Inhoudsopgave