17.6 Grote kinderen 40 – 54 jaar

Na mijn veertigste levensjaar nemen mijn geslachtshormonen steeds meer af. Mijn kinderen zitten op school en zijn vrij zelfstandig. Mijn autodigma is dan vaak:

  1. Status – Machtige positie bekleden
  2. Identiteit – Bevestiging status
  3. Samenwerking – Bevestiging positie
  4. Kennis – Alleen het hoogst nodige
  5. Lichaam – Niet meer nodig

Status – Machtige positie bekleden

Op deze leeftijd benadruk ik graag dat ik bijzonder ben en van grotere waarde dan mijn concurrenten. Ik laat anderen graag weten hoe belangrijk ik ben. Ben ik een man, dan probeer ik vooral het andere geslacht te imponeren met mijn rijkdom en macht. Ben ik een vrouw, dan laat ik zien dat ik goede keuzes heb gemaakt en anderen overklas met mijn stijl en smaak. Ik sta erop dat ik waardering krijg van mijn groepsleden.

Status ontvang ik van de groep. Zodra de groep me niet meer als eerste nodig heeft, daalt mijn status. In de oorlog zijn de winnende generaals gevierd, na een epidemie de doktoren. Dient een orkaan zich aan, dan staat de weerman in het middelpunt van de belangstelling. De aandacht van de groep verschuift zo elke keer. Dat doet afbreuk aan mijn eigen statusgevoel. Ik heb dan de neiging om de anderen te kleineren en mezelf te vertellen dat ik van meerwaarde ben. Ik hecht dan meer aan rangen en standen om vooral aan mezelf duidelijk te maken dat ik van belang ben voor de groep. Ik weet dat ik me niet kan vergelijken met de unieke mensen op televisie en internet en toch betrap ik me er elke keer weer op dat ik vergelijk in plaats van bewonder. Vooral in de kroeg of op verjaardagsfeestjes droom ik hardop.

Identiteit – Bevestiging status

Mijn identiteit is belangrijk voor mij. Door te weten dat ik belangrijk ben voor de groep en dat ik van waarde ben en blijf, kan ik anderen blijven stimuleren. Ik ben wie ik ben en vraag me vooral waarom! Door mijn identiteit als steunpilaar te gebruiken, ben ik in staat om de grootste problemen in het leven te overwinnen. Ik sta als een rots in de branding en straal dat uit. Mijn levensplezier is aanstekelijk en dat geeft anderen het plezier om het leven te leven zoals het hoort.

Mijn identiteit steunt voor een groot deel op mijn status. Pak mijn status af en mijn identiteit verdwijnt grotendeels. Geef me weer een rol in de groep en mijn identiteit komt weer helemaal terug. Identiteit kan simpel gezegd niet zonder waardering van andere mensen.

Mijn status bevestigt mijn identiteit. Een hoge status is vaak de voorloper van een groot identiteitsbesef. Lage status is verbonden met een lage identiteit. Mijn rol in het gezin neemt af. Aan de andere kant vraagt mijn gezin steeds meer geld om alles op rolletjes te laten lopen. Dat geeft me druk om een goede baan te hebben.

Samenwerking – Bevestiging positie

Door mijn optreden in groepen verwerf ik aanzien, waardoor mijn toegeschreven Status toeneemt. Mijn Identiteit ontleen ik voor een groot deel aan deze rol. Mijn netwerk geeft me toegang tot kennis, waardoor mijn beslissingen beter zijn. Mijn lichaam is minder belangrijk dan de relaties die ik heb.

Krijg ik niet de gewenste status, dan creëer ik met mijn broeders een nieuwe groep. Hou ik van motoren, dan richt ik een motorclub op. Vind ik treinbanen leuk, dan ontstaat een miniatuurbouwclub. Deze samenwerking in clubverband is het fundament voor mijn identiteit en status als mijn baan mijn talenten in mijn ogen onvoldoende benut.

Ik besef dat constructief samenwerken tot veel plezier en succes voor alle groepsleden leidt. Met elkaar samenwerken maakt het mogelijk om de natuur voor een deel te temmen. Dijken, bruggen, wegen, gezondheidszorg en alle andere publieke goederen zijn alleen mogelijk door met elkaar samen te werken. Samenwerken staat dan ook hoog in mijn vaandel. Door meer te beseffen dat samenwerking meer voordelen oplevert dan nadelen, schik ik me meer naar de groep. Daardoor profiteer ik meer van de groepsvoordelen, zoals een groter netwerk en meer status.

Kennis – Alleen het hoogst nodige

Kennis is een mes dat aan twee kanten snijdt. Aan de ene kant kan het mijn status geweldig vergroten als de groep inziet dat mijn kennis en kunde van grote betekenis zijn voor het groepssucces. Dit gaat nooit zonder slag of stoot. Kennis groeit elke dag en de werkwijzen veranderen voortdurend. Om de concurrenten voor te blijven, is een nieuwe organisatie vereist. Dit vernietigt de bestaande status en identiteit van de gevestigde orde. Profiteer ik van de verandering, dan ben ik voorstander van vernieuwing. Door de nieuwe kennis ben ik normaal gesproken succesvoller. ik omarm de nieuwe kennis dan ook met veel plezier Als ik denk dat de omschakeling ten koste gaat van mijn toekomst, dan ben ik tegen. Nieuwe kennis is dan de strop om mijn hals. En dat wil ik beslist niet. Ik zet dan mijn status in om de concurrenten voor te blijven. Ik benadruk mijn identiteit door tegen mezelf te zeggen dat ik ‘beter’ ben. Wie geeft er nu om kennis?

Lichaam – Niet meer nodig

De voorkeur van de ambitie Lichaam is gebonden aan mijn leeftijd. Zolang ik groei, mooier en sterker word, groeit mijn zelfvertrouwen. Succes komt dan sneller en stimuleert me om nog meer nadruk te leggen op de ambitie Lichaam. Toch komt onvermijdelijk het moment dat ik niet meer aandacht krijg, omdat ik voorbij ben gestreefd door jongere mensen die mooier, sneller en krachtiger zijn. Ik heb dan de neiging om de competitie met de jongeren aan te gaan en te laten zien hoe schoon of fit ik ben. Als vrouw laat ik mijn lichaam verbouwen om de schijn van jeugdigheid op te houden. Als man ga ik de competitie aan met jongeren, een strijd die ik altijd verlies, vaak ten koste van langdurige blessures. Ik weet dat dit contraproductief is en toch...

Mensen die mij voorbijstreven in lichamelijke schoonheid of jeugdigheid, probeer ik te negeren en zelfs te kleineren. Vaak doe ik dat onbewust. Mijn ambities Status en Identiteit blokkeren dan oprechte samenwerking, omdat ik deze mensen onbedoeld als concurrent zie.

Sta ik neutraal tegenover mijn lichaam, dan koester ik het, zonder hier bijzondere aandacht aan te schenken. Ik besteed niet veel aandacht aan het fraaier maken dan ik ben of het bijhouden van mijn conditie. Zoals het is, vind ik wel goed. Mijn lichaam is slechts één van de ambities. Belangrijk, maar slechts een onderdeel van het geheel.

Heb ik me al neergelegd bij de aftakeling, dan krijgen mijn andere ambities meer aandacht. Ik let op meer zaken dan alleen het voorkomen. Dit geeft mij de mogelijkheid om de andere ambities naar voren te schuiven als dit gewenst is. Het leven heeft mij geleerd dat het wisselen van ambities mij stimuleert.

Een lage score op de ambitie Lichaam ondergraaft de ambities Samenwerking, Status en Identiteit. Hoe ik het ook wend of keer, de eerste aanblik is belangrijk. Ik probeer dat wel weg te redeneren, maar ik heb bij elke kennismaking toch een kleine achterstand. Ik probeer mijn andere ambities meer op de voorgrond te zetten. Dit lukt soms en dat doet me goed.

Vorige pagina Volgende pagina Inhoudsopgave

Comments

Loading...