De prioriteiten in het autodigma leiden we af van mogelijkheden die we hebben om het levensdoel te bereiken. Onze biologische leeftijd, samengevat in levensfasen, bepaalt deze capaciteiten. In elke levensfase kent het lichaam een andere rol voor het bereiken van het levensdoel. Een vijfentwintig jarige vrouw kan zwanger zijn, een vijfentachtig jarige niet.
Vanuit de rol bij de opvoeding van kinderen en kleinkinderen zijn zes levensfasen te onderkennen. Het begint met de groei van het lichaam vanaf de geboorte. Omstreeks het zestiende jaar zijn mensen geslachtsrijp en gaan partners elkaar kiezen. Rond het drieëntwintigste jaar stichten we een gezin. Na ongeveer het veertigste jaar zijn de kinderen volwassen en gaan op zichzelf staan. Vanaf het 55ste jaar verschijnen kleinkinderen. Na het tachtigste jaar komen ook achterkleinkinderen langs.
Toch is niet de leeftijd doorslaggevend, maar de mogelijkheid om de persoonlijke ambities in te vullen. Een liefdesbaby van een vijftigjarige man met een twintigjarige vrouw komt bijvoorbeeld vaak voor. Zie deze indeling daarom vooral als een hulpmiddel om gemakkelijk de verschillen tussen mensen te onthouden.
Het autodigma verschuift stap voor stap, beetje voor beetje. De indelingen lopen daarom in elkaar over. Van scherpe scheidingen is vaak geen sprake. Meestal duurt de verschuiving in een autodigma enkele jaren.
In afbeelding 25 is het autodigma geplaatst op de tijdlijn van het leven die voert naar het levensdoel. In de volgende paragrafen staan de prioriteiten per levensfase uitgewerkt. Deze zijn beschreven vanuit het gezichtspunt van de ik-waarnemer.
Vorige pagina Volgende pagina Inhoudsopgave