Door de vaagheid van de gebruikte woorden is het onmogelijk om een rode draad te vinden in de betekenis van emoties. Woorden schieten tekort en bieden geen houvast voor een heldere analyse van emoties. Dat is niet verwonderlijk, omdat woorden (kennisballon communicatie) pas betekenis krijgen als we de kennisballonnen persoon, doel, waarnemen en beïnvloeden hebben doorgrond.
We scheppen wel een helder beeld van emoties door te beginnen met het doel van een persoon en van daaruit de andere kennisballonnen in te vullen. Dit legt de nadruk op de verbanden tussen doel en emoties, omzeilt de vaagheid van woorden en maakt een helder onderscheid mogelijk tussen de verschillende begrippen.
Uiteindelijk bepaalt ons levensdoel welke eigenschappen we doorgeven aan de volgende generatie. Emoties dragen hieraan bij; anders zouden ze al lang niet meer bestaan. Emoties sturen ons gedrag in de richting van dit doel. We sturen bij als onze voorspellingen of verwachtingen afwijken van de werkelijkheid. We doen dit geheel geautomatiseerd met emoties. Het selecteren van de juiste doelstellingen op de weg naar het levensdoel is daardoor essentieel.
De weg naar het doel sturen we met de persoonlijke ambities. Afwijkingen op de voorspelde route naar het doel geven we een waardeoordeel en dat lokt emoties uit. Door de emoties te koppelen aan de ambities maken we de werking van emoties glashelder.
Naast de persoonlijke ambities lokken de 14 fundamentele groepsmotieven emoties uit. De groep ondersteunt én beperkt ons bij het verwezenlijken van onze persoonlijke ambities. De invloed van de groep bepaalt onze emoties vergaand.
Emoties sturen ons actief. Ze maken ons gedrag sterker of zwakker, afhankelijk van hoe goed onze doelen passen bij de situatie. Wanneer we de doelen onjuist kiezen, bijvoorbeeld door te streven naar status terwijl we juist moeten samenwerken, ontstaan er spanningen. Die spanningen leiden ertoe dat we ons minder goed voelen; vaak zonder dat we de hand op de oorzaak kunnen leggen. We reageren dan niet rationeel, maar op gevoel: frustratie, teleurstelling of angst blokkeren dan het vermogen tot bezinning en bijstelling. Daarom is het kiezen van goede ambities en motieven essentieel. Heldere, situationeel passende ambities en motieven voorkomen dat de emotionele ontregeling de regie overneemt.
Door het doel als startpunt te nemen en de gedachte route ernaartoe te beschrijven, wordt duidelijk wanneer sprake is van succes of falen. Dit maakt het mogelijk om gebeurtenissen te beoordelen en in de tijd te plaatsen.
Binnen grenzen hebben we vrijheid om keuzes te maken op onze weg naar het levensdoel. Mensen en dieren kunnen niet zelf kiezen welke keuzevrijheden ze hebben. Ze moeten het doen met de vrijheden die de besturingsmechanismen stappenplan, gebeurtenisgedreven en routezoekend hen bieden. We krijgen inzicht in het nut en de functie van emoties door de ontwikkeling van deze besturingsmechanismen te volgen.
In het begin van het leven was de keuzevrijheid zeer beperkt; er was alleen een stappenplan. Het draaiboek hiervan ligt vast in het DNA en is gericht op het doorgeven van leven aan de volgende generatie. Emoties hebben nog geen nut en bestaan dan ook niet bij planten en schimmels.
Pas na miljarden jaren ontstond het gebeurtenisgedreven besturingsmechanisme en kregen levensvormen meer vrijheid. Dieren gingen bewegen en moesten de directe toekomst voorspellen om een goede positie in te nemen. Ze ontwikkelden een geheugen en leerden te reageren op gebeurtenissen. Het eerste nut van automoties ontstaat en richt zich op het in stand houden van het lichaam. Snel voorrang geven aan het eigen lichaam levert voordeel op en de kans op nageslacht blijft bestaan. Dieren die zich niet bekommeren om het lot van hun nageslacht, hebben genoeg aan deze bestaansemoties. Angst blijkt bijvoorbeeld een goede raadgever te zijn om te overleven. Samenwerking in groepen is nog niet complex en is met uitermate simpele besturingsregels uit te voeren, bijvoorbeeld: blijf op kleine afstand van een soortgenoot. Samenwerkingsemoties komen daardoor (waarschijnlijk) nog niet voor.
Voor het bestaan geldt dat alternatieven niet voorhanden zijn. De vraag is simpelweg: “to be or not to be”. Een gezond lichaam is een eis om succesvol te zijn. Het bestaan heeft daarom een hogere prioriteit dan de rol in de groep en krijgt daarmee vrijwel altijd voorrang. Emoties die voortkomen uit het gebeurtenisgedreven mechanisme noemen we bestaansemoties Deze emoties komen tot stand zonder invloed van de groep.
Een beter geheugen stelt dieren en mensen in staat om verder in de toekomst te voorspellen en alternatieven tegen elkaar af te wegen. Het routezoekend besturingsmechanisme ontstaat. Dieren krijgen meer vrijheid om routes naar het doel te zoeken. Ze gaan zich bekommeren om hun nakomelingen. Eerst alleen ter bescherming van het broedsel, daarna ook bij de eerste stappen van hun kroost, en ten slotte ook bij het opvoeden. De inspanningen van de ouders worden groter en groter. Hierdoor groeit het nut van emoties. Hoe meer inspanningen de ouders zich getroosten, hoe groter de rol van emoties wordt. Emoties zorgen ervoor dat de gedane inspanningen voor de kinderen niet verloren gaan.
Hoe verder een dier of mens in de toekomst kan denken, hoe meer een emotie gekoppeld is aan het routezoekend besturingsmechanisme. Voorspelt een dier alleen de zeer directe toekomst, dan kent het alleen emoties die voortkomen uit het gebeurtenisgedreven mechanisme. Sommige dieren en de mens kennen het routezoekend mechanisme. Ze kiezen uit verschillende rollen in de groep. Daaruit komen emoties voort die te maken hebben met het vervullen van de gekozen rol(len) in de groep.
| Besturingsmechanisme | Reikwijdte, automoties | Autodigma | Groepsdigma | Nut automoties |
|---|---|---|---|---|
| Stappenplan | - | - | - | - |
| Gebeurtenisgedreven | Lichaam | Lichaam | Bestaan | Bestaan veiligstellen, voortplantingskans behouden. |
| Routezoekend | Lichaam
+ ik + wij |
Samenwerking Status Identiteit Kennis |
Samenhang Voorspoed Veerkracht Wijsheid |
Kans op nageslacht maximaliseren, gedane investeringen beschermen. Langetermijnperspectief |
Tabel 19.1: Reikwijdte automoties geeft een samenvatting van het verband tussen de besturingsmechanismen en emoties. De algemene regel is: hoe meer vrijheid, des te meer emoties. Dit is ook andersom te bekijken: emoties beteugelen de toenemende vrijheid per besturingsmechanisme en zorgen ervoor dat de route naar het levensdoel (kleinkinderen krijgen) voorrang blijft krijgen. Hoe groter de vrijheid, hoe belangrijker de rol van emoties.
Het betere geheugen laat ons leren uit het verleden, kijken naar het heden en uitzien naar de toekomst. Elk tijdvak heeft een andere invloed op emoties, waardoor dit een goed aanknopingspunt is om de kracht van emoties te bestuderen. Hoe verder we in de toekomst kunnen voorspellen, hoe groter de invloed van emoties wordt.
We waarderen de gebeurtenissen op het levenspad als positief of negatief.
Onzeker succes waarderen we als positief en onverwacht falen zien we als negatief. Deze richtingen zijn ook belangrijk voor de analyse van emoties.
De woorden die we gebruiken voor bestaansemoties, benutten we ook bij de samenwerking met de groep (kringemoties). We kennen bijvoorbeeld angst als we in levensgevaar verkeren, maar we kennen ook angst als de groep ons dreigt te verstoten. Doordat we dezelfde woorden gebruiken, lijken de emoties hetzelfde, maar ze zijn het niet. Het doel van de emotie is verschillend: het bestaan óf de rol in de groep.
De vrijheid om te beslissen komt ook terug in het onderscheid tussen signalen, emoties en gemoedstoestanden.
Prikkels die vooraf zijn vastgelegd, en vrijwel onafhankelijk zijn van de groep, zijn geen emoties, maar signalen. Tot deze categorie behoren lust, pijn, honger en drang tot ontlasting. Signalen houden het lichaam in stand en krijgen vrijwel altijd voorrang. Prikkels dwingen ons meestal tot onmiddellijke actie. Signalen gaan over het nu.
Naast signalen onderscheiden we moties en gemoedstoestanden (stemmingen). De belangrijkste criteria om gemoedstoestanden van emoties te onderscheiden, zijn de tijdsduur, intensiteit, gerichtheid en de duidelijkheid van de uitlokkende oorzaak. Gemoedstoestanden zijn langduriger en niet noodzakelijk gekoppeld aan een duidelijke oorzaak. Emoties zijn meestal kortdurend en gericht op een specifiek voorwerp, situatie of gebeurtenis. Bijvoorbeeld, bij kritiek van een collega op ons functioneren voelen we boosheid. Dat is een emotie: er is een duidelijke aanleiding en de boosheid neemt meestal weer af. Zijn we de hele dag wat somber of prikkelbaar zonder precies te weten waarom, dan is het een gemoedstoestand.
| Kenmerk | Emotie | Gemoedstoestand / Stemming |
|---|---|---|
| Aanleiding | Heeft een duidelijke aanleiding en is gericht op een specifiek object of gebeurtenis (bijvoorbeeld: bang voor een hond, boos op iemand). | Heeft vaak geen specifieke, duidelijke oorzaak; het is een algemene stemming die niet aan een specifieke gebeurtenis te koppelen is. |
| Intensiteit | Hevig en uitgesproken. | Vaak minder intens en vager van aard. |
| Tijdsduur | Kortstondig, van enkele seconden tot minuten. | Langdurig, kan uren, dagen of zelfs weken aanhouden. |
| Lichamelijke reactie | Duidelijke lichamelijke reactie (snel hartritme, zweet, schrikreactie). | Lichte, aanhoudende verandering in algeheel energieniveau en lichamelijke spanning. |
| Gedragsreactie | Zet aan tot directe, specifieke actie (vluchten, vechten, feliciteren). | Beïnvloedt de algemene manier waarop we informatie verwerken en naar de wereld kijken (kijken we door een roze bril of zijn we licht geraakt?). |
Een gemoedstoestand is een optelsom van emoties. Een gemoedstoestand is een algehele 'tint' die ontstaat uit een combinatie van emoties over een langere periode. Wie vaak vrolijk is, zal over het algemeen een positieve stemming hebben. De gemoedstoestand bepaalt de 'lens' waarmee we naar de wereld kijken. Iemand met een positieve stemming reageert op een neutrale gebeurtenis sneller met een positieve emotie dan iemand met een negatieve stemming. In een sombere gemoedstoestand, voelen we sneller en intenser verdriet of frustratie (emoties) bij een kleine tegenslag.
Vorige pagina Volgende pagina Inhoudsopgave